Waarom topsporters wél door pijn heen kunnen (en waarom dat niets zegt over jouw pijn)


Tour de France, 2011. Negende etappe, tussen Issoire en Saint-Flour. Johnny Hoogerland zit in een goede ontsnapping - vijf man voorop in de middengebergterit, strijdend om de dagzege. Hij pakt onderweg de bolletjestrui, alles loopt zoals het moet, en dan gebeurt er iets dat je niet kunt verzinnen.

Een volgauto van de Franse televisie wil de kopgroep inhalen, moet uitwijken voor een boom (want die steken in Frankrijk altijd over ), en raakt Juan Antonio Flecha. Flecha valt. Hoogerland valt. En Hoogerland belandt niet op het asfalt, maar in het prikkeldraad langs de weg.

De beelden gingen de wereld over. Hoogerland, bloedend, ontwart zichzelf uit het  prikkeldraad en het weiland. Stapt weer op de fiets. Rijdt de etappe uit. Op het podium - waar hij de bolletjestrui krijgt en de prijs voor de strijdlustigste renner - kan hij zijn tranen nauwelijks bedwingen. 33 hechtingen. En wat zegt hij eenmaal uit het ziekenhuis? "Na de rustdag gaan we gewoon weer fietsen. Een Zeeuw krijg je er niet zo snel onder."

Hij reed die Tour uit.

hoogerland val prikkeldraad tour de france




Zo zijn er veel verhalen. Topsporters die doorspelen met blessures, marathons lopen met stressfracturen, wedstrijden winnen terwijl "alles pijn doet". Het zijn bijna mythische verhalen. En ze roepen vaak twee misverstanden op:

1. Topsporters voelen minder pijn dan gewone mensen
2. Als zij het kunnen negeren, zouden wij dat ook moeten kunnen

Beide aannames kloppen niet. En juist de manier waarop topsporters met pijn omgaan, leert ons iets over hoe pijn écht werkt.



Pijn is geen maat voor schade



Hier is een belangrijk uitgangspunt, zowel in sportgeneeskunde als pijnwetenschap: pijn is geen directe maat voor weefselschade.

Bij topsporters zie je regelmatig twee dingen die dat illustreren:
- Ernstige structurele afwijkingen zonder pijn
- Hevige pijn zonder relevante schade

Hoe kan dat? Omdat pijn geen signaal is dat rechtstreeks uit het beschadigde weefsel komt. Pijn is een beslissing van het brein, gebaseerd op:

- Sensorische input (wat melden de zenuwen?)
- Eerdere ervaringen (wat gebeurde er de vorige keer dat dit pijn deed?)
- Context (waar ben ik, wat gebeurt er, wie kijkt er?)
- Verwachtingen en overtuigingen (wat betekent deze pijn, hoe gevaarlijk is dit?)

Bij een WK-finale beoordeelt je brein risico's anders dan bij het opstaan uit bed op maandagochtend. Dat is niet zwakte of verbeelding - dat is hoe het systeem werkt.



Waarom topsporters soms wél "door de pijn heen" kunnen



Topsporters hebben geen superieure pijndrempel. Ze hebben geen andere nociceptoren of minder gevoelige zenuwen. Wat ze wél hebben, is een andere pijncontext.

Kijk naar wat er aanwezig is tijdens die WK-finale, of die Tour-etappe:

Duidelijk doel: Winnen, kwalificatie halen, contract verdienen. Er is iets concreets waar de pijn voor dient.

Tijdelijkheid: "Nog 10 kilometer", "nog 15 minuten", "nog één helft". Het eindpunt is bekend en dichtbij.

Veiligheid: Medische begeleiding staat klaar. Er is monitoring. Als het echt mis gaat, is er hulp.

Betekenis: In deze context betekent pijn niet "er is iets mis", maar "ik presteer". Pijn wordt een teken van inzet, niet van bedreiging.

Deze factoren verlagen de dreiging die het brein aan pijn toekent. En minder dreiging betekent vaak: minder pijn. Niet omdat de schade minder is, maar omdat het brein inschat dat doorgaan veilig genoeg is.

Dat is geen heroïek. Dat is neurobiologie.



murakami.jpeg

De keerzijde: chronische pijn na de carrière



Hier wordt het interessant - en somberder. Veel (oud-)topsporters ontwikkelen juist chronische pijnklachten ná hun actieve loopbaan. Waarom?

Mogelijke verklaringen:

Jarenlang trainen en presteren ondanks pijn: Het systeem heeft geleerd dat pijn genegeerd kan worden. Dat is een nuttige les tijdens de carrière, maar een lastige les daarna.

Normaliseren van pijnsignalen: Wanneer je jarenlang door pijn heen gaat, verlies je het vermogen om pijn te gebruiken als feedback. Je leert signalen te negeren die je misschien had moeten opvolgen.

Identiteit gekoppeld aan prestatie: Als je identiteit draait om "doorpakken", "niet opgeven", "pijn is tijdelijk", dan is het moeilijk om na je carrière een andere relatie met pijn te ontwikkelen.

Wegvallen van structuur, doel en context: De factoren die pijn verdraagbaar maakten - dat duidelijke doel, die tijdelijkheid, die betekenis - zijn weg. Het brein heeft geen reden meer om pijn te dempen.

Het brein dat jarenlang heeft geleerd "pijn negeren = noodzakelijk", kan moeite krijgen met het opnieuw reguleren van pijn in het dagelijks leven.

En dan is er nog de cumulatieve schade. De soort sport speelt een belangrijke rol. American Football, met zijn idioot hoog-energetische trauma's, geeft 80% van de spelers postcarrière chronische pijnklachten. Bepaalde olympische duursporten met onevenredig veel belasting op gewrichten geven later verhoogde kans op osteoartritis.

Maar - en dit is belangrijk - alles met mate.

Hardlopers (met mate) hebben juist de sterkste knieën. Een systematische review en meta-analyse in het *Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy* (2017) onder 125.000 hardlopers liet zien: de prevalentie van heup- en knieartrose was 3,5% bij recreatieve lopers, 10,2% bij sedentaire mensen, en 13,3% bij competitieve lopers.

Dus: bewegen beschermt. Overbelasten schaadt. Het is - zoals zo vaak - een kwestie van dosering.



Wat mensen met chronische pijn níét hoeven over te nemen van topsporters



Een veelgehoorde boodschap in de sportcultuur is: "Je moet er doorheen” of "no pain, no gain". En dat werkt soms, in specifieke contexten, met specifieke doelen en tijdelijkheid.

Maar bij chronische pijn? Zelden helpend. Vaak schadelijk.

Wat niet werkt:

- Pijn wegdrukken zonder context of doel
- Jezelf vergelijken met topsporters (die een compleet ander systeem, andere begeleiding, en andere uitkomstverwachtingen hebben)
- Schuld of falen koppelen aan pijn

Chronische pijn vraagt geen heroïek. Het vraagt veiligheid, begrip, en hertraining van het pijnsysteem.

In de spreekkamer hoor ik het soms: "Ik moet gewoon harder zijn." "Ik moet me niet zo aanstellen." Dat idee komt rechtstreeks voort uit het beeld van de topsporter die altijd doorzet.

Maar hier is het verschil: bij chronische pijn ontbreekt die veilige context. Er is geen einddatum. Geen medische begeleiding die live meekijkt. Geen duidelijk doel waarvoor je het doet. Geen publiek dat applaudisseert als je doorbreekt. 

Zonder die factoren wordt "doorbijten" voor het brein juist een reden om het alarmsysteem harder te laten afgaan. Niet omdat iemand faalt, maar omdat het systeem zijn werk doet: waarschuwen voor dreiging.



Wat we wél kunnen leren van topsporters



Er zijn wel degelijk waardevolle lessen. Niet in hun gedrag, maar in wat hun situatie ons laat zien over hoe pijn werkt.

Kijk naar de factoren die pijn bij topsporters beïnvloeden:

Betekenis: Pijn tijdens een wedstrijd betekent iets anders dan pijn tijdens het boodschappen doen. Het brein houdt rekening met betekenis.

Veiligheid: Medische begeleiding, monitoring, het weten dat er hulp is - dat vermindert dreiging, en dus pijn.

Voorspelbaarheid: "Nog 10 minuten" kalmeert het zenuwstelsel. Het weet wanneer het voorbij is.

Vertrouwen in het lichaam: Topsporters weten wat hun lichaam aankan. Dat vertrouwen dempt pijn. Gebrek aan vertrouwen versterkt het.

Dat zijn precies de principes waarop moderne pijneducatie en behandeling zijn gebaseerd. Niet "bijten en doorpakken", maar:

- Begrijpen wat pijn is (en wat het niet is)
- Veiligheid creëren (niet door alles te vermijden, maar door incrementeel vertrouwen op te bouwen)
- Voorspelbaarheid herstellen (patronen leren herkennen, fluctuaties begrijpen)
- Betekenis verschuiven (pijn hoeft geen catastrofe te zijn)



Conclusie


Topsporters laten niet zien dat pijn onbelangrijk is. Ze laten zien hoe krachtig context is.

Hoogerland reed die Tour uit niet omdat hij minder pijn voelde dan jij of ik, maar omdat zijn brein op dat moment inschat dat doorgaan belangrijk genoeg was en veilig genoeg leek. Die inschatting was gebaseerd op doel, tijdelijkheid, betekenis en medische ondersteuning.

Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet te vergelijken met een marathonloper of profwielrenner. Wat je wel kunt doen is iets veel zinvollers: het pijnsysteem weer leren dat het veilig is. Niet door pijn te negeren, maar door de context te veranderen waarin pijn optreedt.

Geen heroïek. Neurobiologie.















**Referenties** (voor wie er meer over wil lezen)


1. Moseley GL, Butler DS. Fifteen years of explaining pain: the past, present, and future. *J Pain*. 2015;16(9):807–813.

2. Tracey I, Mantyh PW. The cerebral signature for pain perception and its modulation. *Neuron*. 2007;55(3):377–391.

3. Woolf CJ. Central sensitization: implications for the diagnosis and treatment of pain. *Pain*. 2011;152(3 Suppl):S2–S15.

4. Fields HL. How expectations influence pain. *Pain*. 2018;159(Suppl 1):S3–S10.

5. Tesarz J, Schuster AK, Hartmann M, et al. Pain perception in athletes compared to non-athletes: a systematic review with meta-analysis. *Pain*. 2012;153(6):1253–1262.

6. Alentorn-Geli E, Samuelsson K, Musahl V, et al. The Association of Recreational and Competitive Running With Hip and Knee Osteoarthritis: A Systematic Review and Meta-analysis. *J Orthop Sports Phys Ther*. 2017;47(6):373-390.

7. Louw A, Diener I, Butler DS, Puentedura EJ. The effect of neuroscience education on pain, disability, anxiety, and stress in chronic musculoskeletal pain. *Phys Ther*. 2011;91(10):1454–1467.

8. Vlaeyen JWS, Crombez G, Linton SJ. The fear-avoidance model of pain. *Pain*. 2016;157(8):1588–1589.


 © 2026 Marjos Verbeek - HC Medical Services